Nuttig en fraai



Nuttig en fraai

Onder deze naam vertel ik sinds 25 oktober 2005 over mijn handwerk-leven. Tot augustus 2011 waren mijn verhalen te volgen bij web-log. Tijdens hun verhuizing heb ik de draad opnieuw opgepakt bij blogspot. Omdat ook mijn oude logs nog veel gelezen werden breng ik die over naar mijn nieuwe blogplek. Ik werk in de tijd terug van augustus 2011 tot aan 25 oktober 2005. Vind je het leuk om ook de oude blogjes mee te lezen dan weet je nu in welke volgorde ik de blogjes plaats. Reageren kan zowel op de nieuwe als op de oude blogs. Ik weet niet of ik ook de reacties van de oude blogs terug plaats, dat is weer een flink karwei extra en die tijd besteed ik liever aan...een nuttig of fraai handwerkje.

Behalve aan een enkele quilt besteed ik mijn handwerkuurtjes de laatste jaren vooral aan de nuttige en fraaie handwerken. Een mooie selectie daarvan is bijeen verzameld in een Souvenir de ma Vie. Verder vind je hier stopwerk, merklappen en diverse andere bekende of minder bekende handwerktechnieken. Ook over bezoekjes aan tentoonstellingen en andere handwerkgerelateerde uitstapjes kun je hier het een en ander lezen. Ik exposeer zelf zo nu en dan en ook daarover lees je bij nuttig en fraai.

Ik wens je veel plezier bij Nuttig en fraai,
Marcella

woensdag 18 juli 2007

Gedrag, Vlijt en Vorderingen, II

Dit is een foto van de les kostuumnaaien in een van de andere locaties van de Rotterdamse Industrieschool voor Meisjes, de afdeling Schietbaanstraat. De foto is genomen in 1909, dus zo’n 15 jaar voor mijn schoonmoeder naar de industrieschool ging.
Pas in 1901 werd de leerplicht tot 12 jaar ingevoerd. Ter aanvulling van de lessen van de lagere school waren er avond- en dagcursussen waar de meisjes vaardigheden leerden die zij in de huishouding of als naaister nodig hadden. De vrouwelijke handwerken namen daarbij een prominente plaats in. Omdat het onderwijs erg tekort schoot was er een grote behoefte aan vakonderwijs. In 1883 werd de Vereeniging Industrieschool voor Meisjes opgericht met als doel om alle vrouwen* in de gelegenheid te stellen het onderwijs te volgen zodat zij later in eigen onderhoud konden voorzien.
*( zowel bedoeld voor meer ontwikkelde meisjes als wel voor meisjes uit de minvermogende stand)
Maar hoewel het voor onvermogende leerlingen mogelijk was om vrijstelling van het schoolgeld te krijgen dacht het bestuur niet in de eerste plaats aan kinderen uit de minvermogende stand.
In de praktijk richtte men zich voornamelijk op meisjes uit de gegoede stand die na eventueel wegvallen van de vader/kostwinner in eigen levenshoud moesten voorzien.

De school startte met twee parallelklassen. De gehele opleiding zou drie jaar duren. In de beginfase van de school werd het kostuumnaaien voorlopig als het einddoel van het onderwijs beschouwd. Het bestuur hechtte er belang aan dat de leerlingen zelfstandig een heel kledingstuk konden maken in tegenstelling tot de naaiateliers waar de opleiding beperkt bleef tot het aanleren van specialiteiten. In 1888 telde de school 103 leerlingen. In 1896 kwam er verandering in het boekhoudonderwijs- tot dan was dit gericht geweest op de huishouding of bedrijfsvoering van een kleine zaak en nu kwam er een vervolgklas die voorbereidde op een baan op kantoor of in zaken. Omdat vrouwen aanzienlijk minder verdienden dan mannen had dit tot gevolg dat er steeds meer vrouwelijk personeel op kantoren werd aangenomen. Het bestuur toonde zich verdeeld of dit een gunstige ontwikkeling was; niet uit overwegingen van gelijkberechtiging van vrouwen maar vanwege het feit dat de vrouw de man geen concurrentie aan moest doen.

De school bleef succesvol en in 1891 was er zoveel ruimtegebrek dat er een nieuw gebouw moest komen. Een jaar later werd de nieuwe afdeling geopend aan de oude Binnenweg naar Delfshaven, de latere Schietbaanstraat. Tot 1921 waren er geen grote veranderingen. In dat jaar trad de wet op het nijverheidsonderwijs in werking en dit had grote gevolgen voor de inhoud en organisatie van het onderwijs aan de industrieschool. Er werden staatsexamens ingevoerd voor het verkrijgen van de verschillende handwerkakten en er kwamen nieuwe vakken bij.
Dankzij deze wet kreeg de school ook rijkssubsidie waarmee een snelle uitbreiding mogelijk werd. In 1922 werd op de linkermaasoever aan de Hillevliet een dépendance geopend met een atelier in de Oranjeboomstraat gevolgd door afdelingen en werkruimten aan de Benthemdwarsstraat, de Gaffelstraat en de Jeruzalemstraat (in de buurt van de oude Binnenweg)

Dit is maar een globale wandeling door het boekje Nuttig en fraai en voorzover het de Industrieschool voor meisjes betreft. Het boekje is alleen nog antiquarisch te koop.

dit is een van de werkstukken waarvan ik mij kan herinneren dat mijn schoonmoeder die ook gemaakt heeft in haar industrieschoolperiode. Toen ik pas in de familie was heeft ze me dat laten zien samen met nog wat andere handwerkjes. Ik heb haar nooit gevraagd of ik het mocht hebben en ik heb het na haar overlijden ook niet teruggevonden. Jammer! Ik vermoed dat ze het zelf heeft weggegooid en niet heeft geweten dat ik dat leuk zou vinden.

Van Marijna kreeg ik een link waaruit blijkt dat directrice mevrouw Th de Melker in 1934 nog immer directrice was in de Benthemdwarsstraat. Nog meer nuttig leesvoer in een andere link waaruit blijkt dat ook Thea Beckman deze school heeft bezocht, ook die links komen van Marijna,

Leuk,leuk,leuk! Rotterdammers onder elkaar, hè

Geen opmerkingen: