Als je een logje schrijft wat verwend,I heet, dan kun je op je Hollandse klompjes aanvoelen dat er nog meer verwennerij zal volgen.
In september waren wij, mijn lief en ik een paar weken in de Elzas waar wij ook het jaarlijkse Quiltfestival in Ste Marie aux Mines bezochten. De eerste week van de vakantie zag ik bij de supermarkt met de grote boekenafdeling een prachtig boek met bijzonder leuke Boutis-projectjes.Ik besloot het boek te kopen want zoveel leuke projectjes in een boek zie je nu ook niet zo heel vaak. Dit is het boeken hier zie je een van de projectjes: een klein jurkje wat nu al veel te klein is voor SophieGelukkig maar, zou ik bijna zeggen, want dan heb ik meer tijd over voor bijvoorbeeld dit beeldschone naaidoosjeEenmaal op de Carrefour bleek de schrijfster van het boek,Kumiko Nakayama daar ook te zijn met een winkeltje. Ik kocht er een paar halve metertjes pastel kleurige batist zodat ik op een regenachtige zondag direct aan de slag kan. In dat winkeltje zag ik ook een heel bijzondere collectie stoffen, ontworpen door Kumiko Nakayama, speciaal voor het Musee de la Toile de Jouy in Parijs (in Jouy en Josas). Omdat mijn portemonnee inmiddels aardig leeg was heb ik de lapjes alleen aan mijn lief laten zien zonder ze te kopen. Het zou ook een flinke uitgave geweest zijn want er waren maar liefst 36 lapjes in dat koffertje. Mijn lief had wel gezien dat ik de lapjes geweldig vond en met mijn naderende verjaardag in het hoofd besloot hij ze heel stiekem zelf te kopen. Op mijn verjaardag, een paar weken geleden kreeg ik 's nachts om twaalf uur dit kleine koffertje. Tussen de knisperende papiertjes lag een kaartje van Kumiko Nakayama met op de achterkant een allerliefste verjaardagswens van de ontwerpster zelf. In het Japans wat ik niet kan lezen, maar geeft dat niet juist iets bijzonders aan het kaartje? Als je de papiertjes voorzichtig openvouwt komen de lapjes tevoorschijn:Prachtig vind ik ze, die kleurenen die motievenEen allerliefst cadeau van mijn lief en extra bijzonder door het lieve kaartje erbij. De dames van het winkeltje kregen niet veel heren die lapjes voor hun vrouw kochten vertelde mijn lief. Zij vonden het in ieder geval super lief... en ik ook ;)
het oude blogje dat ik vandaag plaatste gaat over de lap met Vernaaide Linten van Marken. Die lap ligt tot en met twintig november te pronk in Muzee Scheveningen.
L'art du Boutis, Kumiko Nakayama-Geraerts
Mango Pratique, ISBN 9 782812 500602
donderdag 27 oktober 2011
maandag 24 oktober 2011
verwend, I
Zaterdag toen we naar Muzee Scheveningen gingen kreeg ik een tasje van Basje in handen gedrukt met de mededeling dat er wat dingetjes voor mij in zaten: een oude theedoek (die overigens super is!), wat zakdoekjes ( voor de verzameling) en een cadeautje. "Een kleinigheidje" zei Basje en omdat we net weggingen liet ik de inhoud van het tasje waar het was en vervolgens hadden we de heel gezellige middag waarover je in het vorige blogje kon lezen. Eenmaal thuis pakte ik het cadeautje uit en dat bleek helemaal geen 'kleinigheidje' te zijn maar een prachtig borduurwerkje, mooi ingelijst en een pronkstukje om op te hangen.Wat een beauty en natuurlijk was ik er helemaal beduusd van om zo'n lief cadeau te krijgen. Zomaar, voor de vriendschap en de mooie momenten. Een gezellig huis bij deze Needleworker en ook aan het tuintje is gedachtIk ben hier heel,heel blij mee, in de gedachte dat Basje plezier heeft gehad tijdens het borduren van haar 'kleinigheidje' maar ook omdat het zo'n mooi en lief borduurlapje is. Het lapje heeft inmiddels een pronkplekje aan de muur.
Ondertussen heb ik ook weer een aantal oude blogjes opnieuw gepubliceerd:
Een merklap uit 1870, deel 1
een merklap uit 1870, deel 2 en
Boven water over een bezoekje aan een wolwinkel in Leiden
Ondertussen heb ik ook weer een aantal oude blogjes opnieuw gepubliceerd:
Een merklap uit 1870, deel 1
een merklap uit 1870, deel 2 en
Boven water over een bezoekje aan een wolwinkel in Leiden
zaterdag 22 oktober 2011
Uit de school geklapt, 2
Vandaag was ik in Muzee Scheveningen om de tentoonstelling Uit de school geklapt te bezoeken. Ik was daar samen met Basje van mijn borduurgroep en er zouden ook twee groepjes handwerksters uit Limburg naar Muzee afreizen. Rond half twee arriveerden Basje en ik bij Muzee en hoorden bij de balie dat er zelfs mensen uit België waren gekomen. Eenmaal het toegangspoortje door liepen wij het eerst het groepje van Jessie tegen het lijf en boven aangekomen bleek ook Jeanny met haar groepje Aan de rol te zijn. In hun gezelschap bevond zich inderdaad een mevrouw uit België, Erica Uten, bij velen bekend om haar prachtige gebreide Quaker pinballs. Het was een gezellige middag met veel gepraat over handwerkjes.Een mooi hoekje in de vitrine met o.a. een tapisserierolletje volgens patroon van Rosina Luger, een negental journaalquiltjes, mooi gerangschikt op de muur,een wandje met allerlei borduurwerk van knottedoek tot theedoek.
Hier staat de (kinder-)strijkplank klaar onder de Scheveningse rode schoollapjes. Ook te zien was dit prachtige goudborduurwerk:Natuurlijk is er nog veel meer moois te zien en te bewonderen op de tentoonstelling. Zo is er een uitgebreide en zeer schitterende lap in Schwälmerborduurwerk. Er zijn verschillende prachtige lappen in Hedebo, een aantal lappen in Marker borduur- en sneewerk, er is weefwerk, kloskant en er zijn een aantal quilts te zien. Mijn Souvenir de ma Vie ligt in een lange vitrine te pronk en er zijn oude en nieuwe merk- en stoplappen te bekijken. Na het bezoek aan de tentoonstelling hebben we nagepraat in het museum café en hielden daar een kleine show and tell. Van Basje kreeg ik een bijzonder cadeau, dat laat ik in een volgend logje zien.
Hier staat de (kinder-)strijkplank klaar onder de Scheveningse rode schoollapjes. Ook te zien was dit prachtige goudborduurwerk:Natuurlijk is er nog veel meer moois te zien en te bewonderen op de tentoonstelling. Zo is er een uitgebreide en zeer schitterende lap in Schwälmerborduurwerk. Er zijn verschillende prachtige lappen in Hedebo, een aantal lappen in Marker borduur- en sneewerk, er is weefwerk, kloskant en er zijn een aantal quilts te zien. Mijn Souvenir de ma Vie ligt in een lange vitrine te pronk en er zijn oude en nieuwe merk- en stoplappen te bekijken. Na het bezoek aan de tentoonstelling hebben we nagepraat in het museum café en hielden daar een kleine show and tell. Van Basje kreeg ik een bijzonder cadeau, dat laat ik in een volgend logje zien.
donderdag 20 oktober 2011
Mijn Sjaantje
Ik weet niet meer of ik mijn Jane Stickle variant ooit heb laten zien op nuttig en fraai. Mijn Dear Jane- quilt begon ik omstreeks het jaar 2000. Rond die tijd werd het boek van Brenda Mangis Papadakis net bekend in Nederland en er had net iets in een bekend quiltblad gestaan over "Dear Jane". Op weg naar een tentoonstelling van het Quiltersgilde lazen vriendin Nel en ik dat en wij vroegen ons in de trein af wat of wie die 'lieve Sjaan' zou zijn. Een van de winkeltjes gaf de oplossing: Sjaan bleek een boek te zijn. Al snel kreeg ik zin om ook zo'n replica quilt te gaan maken en ik meldde me dus aan bij een forum waar quiltsters uit heel Nederland bezig waren met juist deze quilt. Een gezellige tijd. We mailden en schreven berichtjes op het forum. Vriendschappen ontstonden en uiteindelijk was er op een mooie dag een bijeenkomst in Amsterdam. Op het station werd druk afgesproken met elkaar. We droegen nog net geen rode roos tussen de tanden of een witte anjer in het haar ter herkenning, maar wat was het fantastisch om alle quiltsters nu eens in het echte leven te ontmoeten en blokjes van de diverse quiltsters in het echt te bewonderen.
In 2002 was mijn Sjaantje klaar, nou ja Sjaantje... De quiltsters onder jullie weten meteen wat een enorme quilt dit is. Ruim 5000 kleine snippertjes stof, zes meter achtergrondstof en een flinke lap voor de achterkant vormen samen deze quilt.
De mijne is van een donker blauwpaarse katoen met bijna alle stoffen van Den Haan en Wagemakers die toen te koop waren. De quilt is niet zoals bij Jane Stickle als een trip around the world opgebouwd qua kleuren maar in gekleurde banen. Er is dus een rode kant en een gele en daartussen bevinden zich de blauwen en groenen. Voor de achterkant vond ik in Parijs destijds een prachtige Toile de Jouy in een donker paarsblauw. Dat is geluk hebben want die kleur vind je niet veel.
Er zitten prachtige blokjes bij zoals deze:en sommige blokjes waren behoorlijk ingewikkeld door de vele kleine stukjesDe quilt is deels met de hand gepatcht en deels machinaal. Het quiltwerk gebeurde met de hand. Na voltooiing van de quilt was ik nog niet klaar met Jane Stickle's blokjes en daarom maakte ik een kleine versie in kruissteekjes. Een mooie afsluiting van een erg leuke periode.
In 2002 was mijn Sjaantje klaar, nou ja Sjaantje... De quiltsters onder jullie weten meteen wat een enorme quilt dit is. Ruim 5000 kleine snippertjes stof, zes meter achtergrondstof en een flinke lap voor de achterkant vormen samen deze quilt.
De mijne is van een donker blauwpaarse katoen met bijna alle stoffen van Den Haan en Wagemakers die toen te koop waren. De quilt is niet zoals bij Jane Stickle als een trip around the world opgebouwd qua kleuren maar in gekleurde banen. Er is dus een rode kant en een gele en daartussen bevinden zich de blauwen en groenen. Voor de achterkant vond ik in Parijs destijds een prachtige Toile de Jouy in een donker paarsblauw. Dat is geluk hebben want die kleur vind je niet veel.
Er zitten prachtige blokjes bij zoals deze:en sommige blokjes waren behoorlijk ingewikkeld door de vele kleine stukjesDe quilt is deels met de hand gepatcht en deels machinaal. Het quiltwerk gebeurde met de hand. Na voltooiing van de quilt was ik nog niet klaar met Jane Stickle's blokjes en daarom maakte ik een kleine versie in kruissteekjes. Een mooie afsluiting van een erg leuke periode.
dinsdag 18 oktober 2011
Zaans Stikwerk
In het vorige blog liet ik al zien dat mijn mutsje in Zaans stikwerk mee op vakantie was gegaan naar de Ardennen. Inmiddels is het mutsje klaar.Opgevouwen ziet het er zo uit als hierboven op foto. Eigenlijk worden de mutsjes binnenste buiten gekeerd bewaard, maar omdat ik het heb gevoerd met een zacht flanelletje klapt het beter in zoals ik hierboven laat zien.Als er een klein babybolletje in gaat ziet het mutsje er zo uit. Jammer dat ik geen pasgeborene in de omgeving heb, ik had het wel even aan willen passen.Vanaf de bovenkant zie je dit patroontje. Een onderdeel van de cursus Zaans Stikwerk was het zelf samenstellen van een bruikbaar patroontje. Voor ik de voering er in naaide maakten we in de Ardennen nog een foto van de binnenkant waarbij je goed het verschil kunt zien tussen Boutis en Zaans stikwerk: Bij Boutis zijn er alleen opgevulde delen, bij Zaans stikwerk ook platte vlakken die met ajoursteken opengewerkt worden.Als ik het mutsje tegen het licht houd kun je goed zien wat ik bedoel. Bij Boutis worden in de regel ook alle losse eindjes draad en pluksel weggewerkt zodat het werk aan voor- en achterkant zo goed als identiek is. Dat er hier nog eindjes draad uitsteken heeft wel een functie: als het werkstukje gewassen wordt kunnen de katoenen draden nog wat na krimpen zodat na enkele wasbeurten alle draadjes aan de achterkant zijn verdwenen terwijl alles nog mooi dik opgevuld blijft.Bij een dergelijk mutsje wordt er maar aan één kant een bandje aangenaaid. Als het mutsbandje vastgezet moet worden gebruikt men hiervoor een...kopspeld.Nadat het mutsje in elkaar is gezet heb ik het gevoerd met een flanellen mutsje in hetzelfde model. Aan de achterkant heb ik aan de binnenzijde mijn initialen en het jaartal 2011 geborduurd. Ik heb genoten van de lessen van Inge Bosman bij Needles4all in Amsterdam. Bij het cursusmateriaal zit ook nog een patroon voor een jongensmutsje en van een baby-jakje. Ik kan dus nog even vooruit.
vrijdag 14 oktober 2011
weer thuis, alwéér ;)
Schreef ik twee weken geleden nog een blogje dat ik weer thuis was na twee weken Elzas, het thuisblijven was maar van korte duur. Afgelopen week was ik op handwerkvakantie in de Ardennen. Samen met Margreet en Petra, een hondje (gezellig voor de lange wandelingen) en koffers die meer handwerk dan kleding in zich hadden vertrok ik naar een prachtig stukje België.
We genoten van de prachtige natuurtrotseerden de wilde dierenmaakten lange wandelingen met het hondjeen aten gezond:In de natuur vonden we appeltjes waarvan we heerlijke appelmoes maakten, vonden rijpe bramen en framboosjes, een enkel geurig bosaardbeitje en roosterden 's avonds beukenootjes voor bij de borrelhapjes.Grote delen van de dag en avond zaten we met een handwerkje gezellig aan tafel en praatten over de leuke en ernstige dingen des levensWat er zoal ter tafel kwam? We leerden Cavandoli van Margreeten maakten ieder een klein werkstukjeEr was Casalguidien er werd met oud zijden garen op oud linnen geborduurd, het resultaat is prachtigEen babymutsje met Zaans stikwerk naderde voltooiïngen ondertussen vorderde er een mini-buideltje in naald'kant'Een oefenlapje in Markens borduurwerk werd ter hand genomenterwijl een ander experimenteerde met vlechtwerk.De resultaten van ons werkweekje waren zo nu en dan
We genoten van de prachtige natuurtrotseerden de wilde dierenmaakten lange wandelingen met het hondjeen aten gezond:In de natuur vonden we appeltjes waarvan we heerlijke appelmoes maakten, vonden rijpe bramen en framboosjes, een enkel geurig bosaardbeitje en roosterden 's avonds beukenootjes voor bij de borrelhapjes.Grote delen van de dag en avond zaten we met een handwerkje gezellig aan tafel en praatten over de leuke en ernstige dingen des levensWat er zoal ter tafel kwam? We leerden Cavandoli van Margreeten maakten ieder een klein werkstukjeEr was Casalguidien er werd met oud zijden garen op oud linnen geborduurd, het resultaat is prachtigEen babymutsje met Zaans stikwerk naderde voltooiïngen ondertussen vorderde er een mini-buideltje in naald'kant'Een oefenlapje in Markens borduurwerk werd ter hand genomenterwijl een ander experimenteerde met vlechtwerk.De resultaten van ons werkweekje waren zo nu en dan
zondag 2 oktober 2011
DMC in Parc Wesserling
Behalve de tentoonstellingen in Ste Marie Aux Mines bezocht ik ook Parc Wesseling, een bezoek dat al jaren op mijn lijstje stond.
Parc Wesseling, gelegen in Husseren-Wesserling omvat een enorm complex met fabrieksgebouwen en een klein chateau waar, in de 18e en 19e eeuw, op grote schaal stoffen werden gefabriceerd en bedrukt. (La Manifacture de Wesserling)
Dit jaar is er een tentoonstelling over DMC en dat was de aanleiding om nu naar Wesserling af te reizen.
Behalve naar de reguliere tentoonstelling over het bedrukken van o.a. 'Les Indiennes' ging mijn belangstelling vooral uit naar de tentoonstelling over DMC.
Prachtige vitrines waarin de mooiste dingen waren uitgestald, garens, handwerkgereedschapjes, oude uitgaven van DMC en vooral...de oude en originele werkstukken, bij ieder zo bekend uit de vele DMC boekjes en uit de encyclopedie. Fijner dan ik me had voorgesteld en ongelofelijk precies en mooi gemaakt.
De firma DMC begon in 1746 toen Jean Henri Dollfus zijn stoffenfabriek begon in Mulhouse onder de naam Dollfus, Vetter & Cie (Compagnie). Rond 1800 neemt neef Daniel Dollfuss de directie over, samen met zijn vrouw Anne-Marie Mieg. Het wordt een SA onder de naam Dolfuss, Mieg & Cie ( DMC dus) (SA is een Société Anonyme, bij ons een Naamloze Vennootschap). In 1826 komt de zoon van Daniel en Anne-Marie, Jean in de directie van het familiebedrijf. Deze Jean geeft de fabriek een nieuwe impuls door het bedrijf te mechaniseren. Ook begint hij met het vervaardigen van naaibenodigdheden. Jean was tevens burgemeester van Mulhouse.In 1843 leidt Frédéric Engel Dollfus de fabriek, samen met zijn schoonvader Jean. Als na 1870 de Elzas Duits grondgebied wordt, verplaatsen ze de fabriek naar Belfort, een stadje ten zuid-westen van Mulhouse. Op dat moment produceert DMC meer dan 200 verschillende soorten garens waaronder de allernieuwste: het gemerceriseerde garen. Vanwege het enorme succes van met name dit garen besluiten de heren Dollfus om te stoppen met de stoffenfabricage en zich uitsluitend te richten op de produktie van garens.In 1880 ontmoet Jean Dollfus Thérèse de Dillmont. Jean onderkent onmiddellijk het grote talent van Dillmont en hij begrijpt wat zij voor DMC zou kunnen betekenen. Rond 1884 installeert Thérèse zich in Dornach, eveneens een plaatsje in de Elzas, en ze begint een textiel-atelier annex école de Broderie. Alle werkstukken uit de albums en uit de bekende encyclopédie zijn in dat atelier gemaakt. In datzelfde jaar ondertekent zij een contract met Dollfus dat haar verbiedt te trouwen. Het contract is overigens nooit meer teruggevonden.
Vervolgens worden overal winkels geopend, in Wenen, Parijs, Londen, Berlijn, Baden-Baden, allen onder de naam:"Comptoir Alsacien de Broderie". Ondanks haar contract trouwt Thérèse alsnog met de Duitse zakenman Joseph Friederich Scheuermann. Zes maanden later, op 22 mei 1890 overlijdt Thérèse op 44 jarige leeftijd tijdens een griep-epidemie. Haar nichtje Alice Morawski met wie ze sinds 1887 samenwerkt zet het atelier voort.
Tegelijk met de tentoonstelling is er ook een prachtig boek uitgekomen, ik liet het eerder al eens zien:Een prachtig lees- en vooral kijkboek want het boek is rijk geïllustreerd:Voor het lezen van de tekst moet je wel de Franse taal beheersen. Mocht dat niet het geval zijn dan is het alleen vanwege de vele foto's al een bijzonder en waardevol boek. De laatste 35 bladzijden van het boek zijn gereserveerd voor een heruitgave van een van de borduurboeken van Thérèse de Dillmont uit 1885.Vijfendertig bladzijden met een schat aan patronen.
Il était une fois, DMC
Fabienne Bassang
ISBN 979-10-90336-05-6
prijs € 30,-
Het laatst verschenen 'oude' blogje is Een wijs besluit
tot slot nog een mooie link over DMC
Parc Wesseling, gelegen in Husseren-Wesserling omvat een enorm complex met fabrieksgebouwen en een klein chateau waar, in de 18e en 19e eeuw, op grote schaal stoffen werden gefabriceerd en bedrukt. (La Manifacture de Wesserling)
Dit jaar is er een tentoonstelling over DMC en dat was de aanleiding om nu naar Wesserling af te reizen.
Behalve naar de reguliere tentoonstelling over het bedrukken van o.a. 'Les Indiennes' ging mijn belangstelling vooral uit naar de tentoonstelling over DMC.
Prachtige vitrines waarin de mooiste dingen waren uitgestald, garens, handwerkgereedschapjes, oude uitgaven van DMC en vooral...de oude en originele werkstukken, bij ieder zo bekend uit de vele DMC boekjes en uit de encyclopedie. Fijner dan ik me had voorgesteld en ongelofelijk precies en mooi gemaakt.
De firma DMC begon in 1746 toen Jean Henri Dollfus zijn stoffenfabriek begon in Mulhouse onder de naam Dollfus, Vetter & Cie (Compagnie). Rond 1800 neemt neef Daniel Dollfuss de directie over, samen met zijn vrouw Anne-Marie Mieg. Het wordt een SA onder de naam Dolfuss, Mieg & Cie ( DMC dus) (SA is een Société Anonyme, bij ons een Naamloze Vennootschap). In 1826 komt de zoon van Daniel en Anne-Marie, Jean in de directie van het familiebedrijf. Deze Jean geeft de fabriek een nieuwe impuls door het bedrijf te mechaniseren. Ook begint hij met het vervaardigen van naaibenodigdheden. Jean was tevens burgemeester van Mulhouse.In 1843 leidt Frédéric Engel Dollfus de fabriek, samen met zijn schoonvader Jean. Als na 1870 de Elzas Duits grondgebied wordt, verplaatsen ze de fabriek naar Belfort, een stadje ten zuid-westen van Mulhouse. Op dat moment produceert DMC meer dan 200 verschillende soorten garens waaronder de allernieuwste: het gemerceriseerde garen. Vanwege het enorme succes van met name dit garen besluiten de heren Dollfus om te stoppen met de stoffenfabricage en zich uitsluitend te richten op de produktie van garens.In 1880 ontmoet Jean Dollfus Thérèse de Dillmont. Jean onderkent onmiddellijk het grote talent van Dillmont en hij begrijpt wat zij voor DMC zou kunnen betekenen. Rond 1884 installeert Thérèse zich in Dornach, eveneens een plaatsje in de Elzas, en ze begint een textiel-atelier annex école de Broderie. Alle werkstukken uit de albums en uit de bekende encyclopédie zijn in dat atelier gemaakt. In datzelfde jaar ondertekent zij een contract met Dollfus dat haar verbiedt te trouwen. Het contract is overigens nooit meer teruggevonden.
Vervolgens worden overal winkels geopend, in Wenen, Parijs, Londen, Berlijn, Baden-Baden, allen onder de naam:"Comptoir Alsacien de Broderie". Ondanks haar contract trouwt Thérèse alsnog met de Duitse zakenman Joseph Friederich Scheuermann. Zes maanden later, op 22 mei 1890 overlijdt Thérèse op 44 jarige leeftijd tijdens een griep-epidemie. Haar nichtje Alice Morawski met wie ze sinds 1887 samenwerkt zet het atelier voort.
Tegelijk met de tentoonstelling is er ook een prachtig boek uitgekomen, ik liet het eerder al eens zien:Een prachtig lees- en vooral kijkboek want het boek is rijk geïllustreerd:Voor het lezen van de tekst moet je wel de Franse taal beheersen. Mocht dat niet het geval zijn dan is het alleen vanwege de vele foto's al een bijzonder en waardevol boek. De laatste 35 bladzijden van het boek zijn gereserveerd voor een heruitgave van een van de borduurboeken van Thérèse de Dillmont uit 1885.Vijfendertig bladzijden met een schat aan patronen.
Il était une fois, DMC
Fabienne Bassang
ISBN 979-10-90336-05-6
prijs € 30,-
Het laatst verschenen 'oude' blogje is Een wijs besluit
tot slot nog een mooie link over DMC
Abonneren op:
Posts (Atom)




















































